De vraag "mechanische of chemische recycling?" zet het debat op het verkeerde niveau. Geen enkele technologie is geschikt voor elk polymeer en elke afvalstroom. Mechanische recycling behoudt over het algemeen de meeste waarde in schone, homogene materialen. Oplossen, depolymerisatie, pyrolyse en vergassing hebben verschillende mechanismen, inputvereisten en daadwerkelijke materiaalefficiëntie. Wat telt is niet het opgegeven rendement aan olie of korrels, maar hoeveel afval daadwerkelijk terugkeert in de productie van nieuwe polymeren, met welke energiebehoefte en productkwaliteit. Deze technologieën zouden elkaar moeten aanvullen, niet concurreren om dezelfde grondstof.
Tegen 2030 zal chemische recycling een essentiële pijler worden van de circulaire economie in Europa. Het belang van pyrolyse, hydrothermale liquefactie (HTL) en PET/PA-depolymerisatie zal toenemen. De markt zal gestandaardiseerde pyrolyse-olie van hoge kwaliteit en volledige integratie met raffinaderijen vereisen. Regelgevende verplichtingen zullen worden uitgebreid en zullen massabalans, materiaalcontroles en minimale niveaus van gerecyclede inhoud omvatten. Ondernemingen die zich vroegtijdig voorbereiden, zullen een duidelijk concurrentievoordeel behalen.
Chemische recycling slaagt of faalt op basis van de kwaliteit van de grondstof, niet alleen door de technologie. Dit bepaalt de processtabiliteit, de productkwaliteit en de winstgevendheid. Veel bedrijven gaan ten onrechte ervan uit dat elke afvalstroom geschikt is, terwijl samenstelling en variabiliteit de uitkomsten ingrijpend kunnen veranderen. Grondstofbeoordeling is een strategische eerste stap en vormt de basis voor elk levensvatbaar chemisch-recyclingproject.
De EU-verordening van juli 2025 stelt een nieuw kader vast voor chemische recycling. Deze introduceert verplichte massabalans, strikte regels voor de toewijzing van gerecyclede inhoud, externe audits en het principe “brandstofgebruik uitgesloten”. De regelgeving zal tegen 2030 worden uitgebreid naar meer sectoren. Ondernemingen moeten de kwaliteit van de grondstoffen, documentatie en nalevingssystemen waarborgen. Vroege aanpassing creëert concurrentievoordeel.